Ga naar inhoud
Voorrang

Voorrang verlenen: de 5 regels die iedereen vergeet

Voorrangsvragen zijn de boosdoener van veel gezakte examens. Het voelt simpel — "rechts heeft voorrang" — maar in de praktijk zijn er zoveel uitzonderingen dat bijna iedereen er vragen op fout beantwoordt. Hier zijn de 5 regels die je écht moet kennen.

Regel 1: Rechts gaat voor (als er geen borden of markering zijn)

De basisregel is simpel: op een gelijkwaardig kruispunt heeft verkeer van rechts voorrang. Maar let op: dit geldt alleen als er geen voorrangsborden, haaietanden, of stoplichten zijn. Zodra er een bord staat, vervalt de rechts-gaat-voor-regel.

Veelgemaakte fout: Mensen vergeten dat een kruispunt met een uitritconstructie (verlaagde stoeprand) géén gelijkwaardig kruispunt is. Wie uit een uitrit komt, moet áltijd voorrang verlenen.

Regel 2: Haaietanden = jij moet wachten

De driehoekjes op het wegdek — haaietanden — betekenen dat jij voorrang moet verlenen. Ze zijn altijd gericht naar de bestuurder die moet wachten. Geen twijfel mogelijk: haaietanden = stoppen en voorrang geven.

Tip: Op het CBR-examen worden haaietanden soms subtiel geplaatst. Kijk goed naar het wegdek, niet alleen naar borden.

Regel 3: Tram gaat (bijna) altijd voor

De tram heeft in bijna alle situaties voorrang — zelfs als jij op een voorrangsweg rijdt. De enige uitzondering: als de tram een rood licht heeft en jij groen. In alle andere gevallen wacht je op de tram.

Waarom? Een tram kan niet uitwijken. Die gaat rechtdoor, hoe dan ook. Daarom krijgt de tram bij wet vrijwel altijd voorrang.

Regel 4: Bij gelijktijdig afslaan — rechts gaat voor

Twee auto's die tegelijkertijd linksaf en rechtsaf slaan naar dezelfde weg: wie gaat eerst? Degene die rechtsaf slaat, heeft voorrang. De logica: rechts afslaan is de minst gecompliceerde manoeuvre.

Speciale situatie: Als je allebei uit tegengestelde richtingen linksaf slaat, moet je elkaar passeren met de linkerkanten naar elkaar toe (tenzij wegmarkering anders aangeeft).

Regel 5: Noodvoertuigen gaan altijd voor

Politie, brandweer en ambulance met zwaailicht én sirene hebben altijd voorrang — ongeacht borden, lichten of regels. Maar let op: het zwaailicht alléén is niet genoeg. Pas als de sirene ook aanstaat, geldt de absolute voorrang.

Op het examen: Er zijn regelmatig vragen met een ambulance in beeld. Check altijd of er een sirene bij staat (meestal aangeduid met geluidsgolven of een opmerking in de vraag).

Bonustip: de voorrangshiërarchie

Als je twijfelt, onthoud deze volgorde (van meest naar minst bepalend):

  1. Verkeersregelaar (agent) — altijd bovenaan
  2. Verkeerslichten — gaan boven borden
  3. Verkeersborden — gaan boven wegmarkering
  4. Haaietanden/markering — gaan boven basisregel
  5. Rechts gaat voor — de basisregel als er niets anders is

Test jezelf

Hoe goed ken jij de voorrangsregels? Doe een gratis proefexamen en ontdek het in 10 minuten.

Delen: WhatsApp X LinkedIn

Klaar om te oefenen?

Start met een gratis proefexamen — geen account nodig.

Start proefexamen